Missie en visie

De missie van Librijn luidt:

"Stimulerend onderwijs". Librijn wil, dat mensen zich kunnen ontwikkelen met alle talenten die ze hebben. Elke school levert een hoogwaardig en stimulerend onderwijsproduct, dat wordt gekenmerkt door een herkenbare en kwaliteitsgerichte onderwijsaanpak. Met als motto “beter onderwijs op de beste scholen”  In de visie van Librijn is iedere Librijnschool anders. De kracht van Librijn ligt in deze verscheidenheid. Deze wordt vooral zichtbaar in het onderwijsconcept en het onderwijsklimaat van de individuele school. Iedere school is uniek en kent haar eigen dynamiek, elke school kent een (locatie)directeur als leidinggevende en contactpunt naar de ouders. 

De missie van Brede School Steenvoorde luidt in relatie tot de missie van Librijn:  

"Voor ieder kind een optimale en veelzijdige ontwikkeling door goed en uitdagend onderwijs in een veilige en stimulerende omgeving” 

 

Onze visie wordt vertaald in de volgende uitgangspunten:

 

Opbrengstgericht te werken.

Directie en team van Brede School Steenvoorde werken opbrengstgericht. Hieronder verstaan wij het systematisch en doelgericht werken aan het maximaliseren van prestaties van onze leerlingen en leraren. Dit wordt o.a. bereikt  door:
 
Duidelijke (streef)doelen te stellen voor alle leerlingen en groepen
De leerlingen worden voortdurend gevolgd in hun ontwikkeling; ieder kind moet groei in de cognitieve ontwikkeling vertonen; er wordt daarom nauwkeurig gekeken naar de Cito-vaardigheidsscores van de leerlingen. Als leerlingen te weinig of geen groei vertonen, wordt een analyse gemaakt en een hulpplan, of indien nodig een handelingsplan, opgesteld; voor leerlingen met speciale behoeften wordt een ontwikkelingsperspectief (OPP) gemaakt.
 
Er voor te zorgen dat leraren bekwaam zijn en weten wat ze hun leerlingen moeten leren
De intern begeleiders voeren met de groepsleraren GLIB-gesprekken. (Glib= overleg groepsleraar-ib’er). Aan deze gesprekken gaat altijd een klassenbezoek vooraf, waarin wordt gekeken naar het pedagogisch-didactisch handelen van de leraar. De ib’er geeft na afloop van het bezoek feedback.

 

Het onderwijs af te stemmen op wat de leerlingen nodig hebben
De leraren sturen en herontwerpen de methoden tijdens paralleloverleg voorafgaand aan ieder Bouwoverleg . Dit vereist kennis van de tussen- en einddoelen van het eigen leerjaar, maar ook die van omliggende leerjaren.

 

De problemen van leerlingen, die de doelen niet halen, te analyseren
De leraren maken waar nodig foutenanalyses en bepalen de oorzaak van het leerprobleem van hun leerling(en). Zij kunnen hierbij de ib’er raadplegen en plegen overleg met de parallelcollega om vast te stellen of de problemen groepsgebonden zijn.

 

Problemen van leerlingen te verhelpen door een goede leerling-zorg; het voortdurend nagaan hoe groepen presteren; snel te anticiperen als prestaties tegenvallen 
De intern begeleiders zijn verantwoordelijk voor de totale zorgbehoeften in de onder hen ressorterende bouw. Zij houden de opbrengsten van de groepen bij en maken trendanalyses. Zij controleren of er voldoende wordt geanticipeerd door de leraren op tegenvallende prestaties en zoeken naar oorzaken. De intern begeleiders bewaken de handelingsplannen en de ontwikkeligsperspectieven van de leerlingen. De intern begeleiders onderhouden de contacten met externe instanties en coördineren de zorg in de groepen van hun bouw. Wekelijks wordt er in het Zorgteam (directeur + ib’ers) overleg gevoerd, waarbij individuele leerlingen, maar ook groepen besproken worden Tijdens teamevaluatieoverleg geven de intern begeleiders twee jaarlijks een presentatie van de bereikte opbrengsten.